Samenvatting
In dit artikel lees je welke taal van je website op welk adres staat. Je leest wat de velden Hoofdtaal en Taal met de URL doen.
Je vindt er ook wanneer een taal een taalpad in de URL krijgt, en wanneer niet. Verder lees je waarom een redirect geen taal kan hebben.
Wanneer gebruik je dit?
Je gebruikt dit bij een website met twee of meer talen. Bij een enkele taal bestaan deze velden niet.
Je leest het als je wilt bepalen op welk adres een taal komt te staan. Denk aan Nederlandse pagina's op een .nl-adres en Duitse pagina's op een .de-adres.
Wil je een taal aan- of uitzetten, lees dan Talen instellen. Wil je eerst een adres toevoegen, lees dan Domeinnaam toevoegen.
Wil je de pagina's zelf laten vertalen, lees dan Website vertalen. Dit artikel gaat alleen over de adressen.
Hoe werkt dit in Mach3Blocks?
De taal hoort bij het adres en niet bij de pagina. Je kiest die taal in de pop-in waarin je een adres toevoegt of bewerkt.
Welk label dat veld heeft, hangt af van het soort adres. De veldmelding eronder legt per geval uit wat je keuze doet.
Welk label je ziet
| Situatie | Het label | De regel onder het veld |
|---|---|---|
| De eerste domeinnaam, of het hoofddomein | Hoofdtaal | "De pagina's van deze taal krijgen geen taalpad (zoals /nl/) in de URL." |
| Een alias | Taal | "De domeinnaam wordt specifiek voor deze taal gebruikt." |
| Een redirect | het veld ontbreekt | |
| Minder dan twee actieve talen | het veld ontbreekt | |
| Alle talen zitten al op een adres | het veld ontbreekt |
In de lijst met adressen staat de gekozen taal in een eigen kolom. Bij een adres heet die kolom Hoofdtaal, en vanaf het tweede adres Hoofdtaal / Taal.
Wat de keuze met de URL doet
Er zijn vier situaties. Elke situatie geeft een pagina in die taal een ander adres.
| Situatie | Zo ziet het adres van een pagina eruit |
|---|---|
| De taal is de Hoofdtaal van het hoofddomein | www.voorbeeld.nl/paginanaam/, dus zonder taalpad |
| De taal heeft een eigen alias, via het veld Taal | www.voorbeeld.de/paginanaam/, dus zonder taalpad |
| De taal heeft geen eigen adres | www.voorbeeld.nl/de/paginanaam/, dus met taalpad |
| Het hoofddomein heeft geen Hoofdtaal | elke taal krijgt een taalpad, ook de hoofdtaal van de website |
Bind je een taal aan een alias, dan stuurt het hoofddomein die taal vanaf de volgende publicatie door. Het oude adres met taalpad blijft dus werken, maar als doorstuuradres.
Op het hoofddomein wordt het taalpad van de hoofdtaal juist weggehaald. Vraagt iemand www.voorbeeld.nl/nl/pagina/ op, dan komt hij uit op www.voorbeeld.nl/pagina/.
Het blok onder de lijst
Onder de lijst met adressen staat een blok met de URL-opbouw. Per taal staat er een voorbeeldadres, met de instellingen zoals ze nu zijn.
Dat blok staat er alleen bij twee of meer actieve talen. Er moet daarnaast minstens een domeinnaam zijn.
Een alias zonder taal komt er als extra regel onder elke taal bij. Een redirect komt er niet in voor.
Wat je ermee kunt
| Onderdeel | Wat je ermee doet | Bijzonderheden |
|---|---|---|
| Het veld Hoofdtaal | Kiezen welke taal geen taalpad in de URL krijgt | staat alleen op het hoofddomein, en is niet verplicht |
| Het veld Taal | Een taal aan een alias binden, zodat die taal een eigen adres krijgt | staat alleen op een alias, en is niet verplicht |
| Het blok onder de lijst | Per taal nakijken hoe het adres eruit gaat zien | alleen bij twee of meer actieve talen en minstens een domeinnaam |
| Het taalmenu op de website | Bezoekers naar het adres van een andere taal sturen | wijst naar de taaladressen zodra die er zijn |
Grenzen en wat niet kan
Een redirect kan geen taal hebben. Kies je Redirect, dan verdwijnt het veld voor de taal meteen.
Een taal kan maar bij een adres horen. De keuzelijst laat daarom alleen de talen zien die nog vrij zijn.
Het veld is niet verplicht. Laat je het leeg, dan krijgt elke taal een taalpad, ook de hoofdtaal van de website.
Kwam het hoofddomein uit de eerste publicatie, dan is er nog geen hoofdtaal gekozen. Bewerk dat adres en kies er een.
Voorwaarden en rechten
Je hebt het recht Domeinnamen beheren nodig. Zonder dat recht kom je niet op het scherm waar deze velden staan.
De website moet twee of meer actieve talen hebben. Welke talen dat zijn, kies je bij de website zelf.
Er moet ook een adres zijn om een taal aan te binden. Voor een tweede taal op een eigen adres is dat een alias.
Praktijkvoorbeelden
Je website staat op een .nl-adres en moet ook Duits gaan bieden. Je zet Duits aan als tweede taal en voegt een .de-adres toe als alias.
In de pop-in kies je bij Taal het Duits. Na de volgende publicatie staan de Duitse pagina's op het .de-adres, zonder taalpad.
Je website heeft drie talen, maar er is maar een adres beschikbaar. Je laat de aliassen weg en kiest bij Hoofdtaal het Nederlands.
De Nederlandse pagina's staan dan op het adres zelf, zonder taalpad. De twee andere talen krijgen wel een taalpad, zoals /de/ en /en/.