Bedrijfsgegevens als één bron van waarheid

De situatie

Stel: je beheert de site van een lokaal bedrijf en het telefoonnummer, adres en de openingstijden staan op tientallen plekken — in de header, de footer, op de contactpagina, in knoppen, in de structured data die Google leest. Dan verhuist het bedrijf, of het nummer wijzigt. En nu?

De verleiding is om te gaan zoeken-en-vervangen. Maar dat is precies waar het misgaat: je mist een plek, de structured data blijft op het oude nummer staan, en op de Engelse versie klopt het adresformaat niet meer. Bij een meertalige site wordt dat helemaal een klus.

Je wilt één plek waar je een gegeven wijzigt, waarna het overal automatisch meebeweegt — in tekst, in code én in wat Google te zien krijgt.

Het principe: gegevens één keer vastleggen, overal verwijzen

Mach3Blocks kent variabelen en objectwaardes: herbruikbare waarden die je op één plek beheert en met een plaatshouder tussen dubbele accolades overal invoegt. Wijzig je de bron, dan verandert elke verwijzing mee. Dat maakt van je bedrijfsgegevens één bron van waarheid — inclusief je structured data en inclusief meertaligheid.

Stap voor stap

1. Leg je bedrijfsgegevens vast als variabelen

Ga naar Variabelen (in het zijmenu, onder Content en Design) en maak variabelen aan voor je NAW-gegevens: bijvoorbeeld Telefoon, E-mail, Adres en Openingstijden. Kies het passende type (Tekstregel voor een nummer, Tekst voor een adresblok).

Waarom dit de basis is: dit is je enige plek. Verhuist het bedrijf, dan pas je hier één waarde aan en is heel je site bij. Dit is exact waarvoor variabelen bedoeld zijn. Zie Variabelen gebruiken.

2. Verwijs ernaar in tekst met objectwaardes

Voeg de waarde in met de {}-knop in de editor-werkbalk; hij verschijnt als {{ Variabele: Telefoon }}. Op de gepubliceerde site wordt dat automatisch je echte nummer.

Concreet: zet in je footer Bel ons: {{ Variabele: Telefoon }}. Let op: een telefoonnummer is een eigen variabele ({{ Variabele: Telefoon }}) — de ingebouwde {{ Website: ... }}-waarden beperken zich tot Naam, URL en Meta titel. Zie Objectwaardes gebruiken in structured data en tekst.

3. Centraliseer je contact- en footerblok

Maak van je footer (en een eventueel contactblok) een globaal blok. Dan staat je contactinformatie niet alleen via variabelen op één waarde, maar staat ook het blok zelf op één plek.

Waarom dubbel centraliseren: de variabele regelt de waarde, het globale blok regelt de opmaak en plaatsing. Samen betekent dat: één wijziging, overal goed. Zie Blok globaal vs. lokaal.

4. Gebruik dezelfde bron in je structured data

Vertel Google wie je bent met structured data op websiteniveau — een LocalBusiness- of Organization-schema in het Structured data-veld (via Code bewerken). Vul de waarden met objectwaardes in plaats van ze hard in te typen:

{
  "@context": "https://schema.org",
  "@type": "LocalBusiness",
  "name": "{{ Website: Naam }}",
  "url": "{{ Website: URL }}",
  "telephone": "{{ Variabele: Telefoon }}"
}

Waarom dit cruciaal is: objectwaardes werken óók in structured data. Wijzig je het nummer in je variabele, dan klopt niet alleen je zichtbare tekst, maar ook wat Google leest. Je typt het schema-type zelf (er is geen keuzelijst). Zie Structured data (Schema.org): wat is het en op welke niveaus.

5. Houd het meertalig kloppend

Heeft je site meerdere talen, zet dan variabelen die per taal verschillen (zoals een adresnotatie of een openingstijden-tekst) op Vertaalbaar. Objectwaardes volgen automatisch de taal van de bezoeker.

Concreet: {{ Website: Naam }} heet in een Engelstalige context automatisch {{ Website: Name }} en haalt de Engelse waarde op — je onderhoudt de verwijzing niet per taal.

Het onderste uit de pan

  • {{ Website: Telefoon }} bestaat niet. Alleen {{ Website: Naam }}, {{ Website: URL }} en {{ Website: Meta titel }} zijn ingebouwd. Zet telefoon, adres en KvK-nummer dus op als eigen variabelen ({{ Variabele: ... }}), anders verschijnt er niets.
  • Hard ingetypte gegevens lopen uit de pas. Elk nummer dat je met de hand typt in plaats van via een variabele, is een toekomstige fout bij een verhuizing. Consequent verwijzen is het hele punt.
  • Structured data die je met de hand vult, veroudert stil. Een verkeerd telefoonnummer in je schema zie je niet op de pagina, maar Google wel. Vul het met objectwaardes.
  • Een variabele hernoemen breekt verwijzingen. Wijzig je de naam van een variabele, dan werken bestaande {{ Variabele: ... }}-verwijzingen niet meer. Kies de naam vooraf goed.
  • Publiceren blijft nodig. Een gewijzigde variabelewaarde is pas live na publiceren (behalve de automatische types zoals huidig jaar).
  • Verwijder nooit een variabele die nog in gebruik is — de verwijzingen tonen dan niets meer.

Wanneer welke keuze?

  • Ingebouwde website-objectwaarde of eigen variabele? Naam, URL en meta-titel → de ingebouwde {{ Website: ... }}. Al het andere (telefoon, adres, KvK, openingstijden) → een eigen variabele.
  • Waarde of blok centraliseren? Voor losse gegevens → variabelen. Voor een heel terugkerend blok (footer/contact) → een globaal blok. Meestal wil je beide.
  • Per taal anders? Zet de variabele op Vertaalbaar; anders laat je hem gelijk in alle talen.

Het resultaat

Eén bron van waarheid voor je bedrijfsgegevens: het telefoonnummer, adres en de openingstijden staan op precies één plek, en verschijnen via objectwaardes automatisch overal — in je footer, je knoppen én je structured data, in elke taal. Verhuist het bedrijf, dan pas je één variabele aan, publiceer je, en klopt je hele site weer — zichtbaar én voor Google.